Speelautomaten

Je kind speelt op de kermis eigenlijk al een kansspel

· 5 min leestijd

Je loopt met je kind over de kermis, langs de grijpmachine en de muntenschuiver, en denkt er niets bij. Het zijn kermisattracties, geen gokkasten. Toch oordeelt de Kansspelautoriteit (Ksa) daar heel anders over. Die automaten zijn volgens de toezichthouder officieel een kansspel, met verslavende aspecten. En in tegenstelling tot een gokkast in een speelhal mag je kind er zonder leeftijdsgrens op spelen.

Dat klinkt tegenstrijdig, en dat is het ook. De verklaring zit in een uitzondering die al zestig jaar in de wet staat, en die inmiddels flink knelt.

Een uitzondering die zestig jaar oud is

Toen de wetgever kermisautomaten decennia geleden vrijstelde van de strenge kansspelregels, ging de redenering als volgt: een kermis trekt na een paar dagen weer verder. Kinderen speelden er af en toe een potje, en dat beperkte risico woog niet op tegen de rompslomp van een vergunningsplicht. Daarom geldt voor fruitautomaten, grijpkranen en muntenschuivers op de kermis geen Ksa-vergunning en geen leeftijdscontrole, terwijl een kansspelautomaat in een casino of speelhal aan strenge regels moet voldoen.

Het probleem is dat die aanname niet meer klopt. De kermis is allang niet meer de enige plek waar deze automaten staan.

De kermis staat nu het hele jaar in de stad

Dezelfde kermisautomaten staan tegenwoordig ook permanent opgesteld in arcadehallen, en die zijn 365 dagen per jaar open. Onderzoek van Omroep Gelderland naar speelhallen in Apeldoorn en Arnhem laat zien dat de handhaving daar mager is: minderjarigen speelden er ongestoord op automaten die eigenlijk voor 18-plussers bedoeld zijn, zonder dat iemand ingreep. Een medewerker zei het onomwonden: "We gaan ze niet tegenhouden. Ze kunnen er gewoon op spelen." Wat ooit een vrijstelling voor een paar kermisdagen per jaar was, is zo verworden tot jaarrond toegang voor kinderen tot automaten met een kansspelelement.

De Kansspelautoriteit wil van de uitzondering af

De Ksa trekt daar zelf ook de conclusie uit. De toezichthouder pleit voor herziening van de wettelijke uitzondering en betere bescherming van jonge spelers. Voormalig Ksa-voorzitter René Jansen verwoordde het zo: de hersenen van minderjarigen zijn nog volop in ontwikkeling, waardoor ze extra vatbaar zijn voor het ontwikkelen van gokverslaving, direct of pas jaren later. De aanpak van misstanden bij arcadehallen staat inmiddels expliciet op de agenda van de toezichthouder.

Vanuit de branche kwam eerder al een voorzichtige beweging: brancheorganisatie FEC Nederland liet weten liever alleen nog behendigheidsspellen aan te bieden, spellen waarbij vaardigheid wel degelijk het resultaat bepaalt. Maar een vrijwillige omslag in een deel van de sector lost het onderliggende gat in de wet niet op.

Wat verslavingsexperts zien

Verslavingszorg Jellinek en de zelfhulpgroep Anonieme Gokkers Nederland trekken al langer aan de bel. Een kermisautomaat lijkt onschuldig, een paar euro voor een grijpkraan of een muntenschuiver, maar het herhalende patroon van inzetten en net-niet winnen is precies het mechanisme dat ook bij een gokkast voor verslaving zorgt. Voor een kind dat op jonge leeftijd went aan dat patroon, kan het een opstap zijn naar ander verslavend speelgedrag, juist omdat het als onschuldig kermisplezier wordt gepresenteerd in plaats van als kansspel.

De cijfers onderstrepen die zorg. In het centrale register van probleemgokkers, Cruks, staan zo'n 85.000 mensen geregistreerd, en bijna een vijfde daarvan is jongvolwassen. Een recent WODC-rapport concludeerde bovendien dat het openstellen van de Nederlandse gokmarkt mensen kwetsbaarder heeft gemaakt voor gokverslaving, met jongvolwassenen als de groep die daar het hardst door geraakt wordt. Een kermisautomaat op zijn twaalfde is dan geen geïsoleerd incident, het past in een patroon dat onderzoekers al signaleren zodra iemand achttien wordt.

Daar komt bij dat er bij kermisautomaten nauwelijks toezicht is op wat een speler daadwerkelijk terugkrijgt. Het uitkeringspercentage, de RTP, wordt nooit vermeld, en een exploitant heeft geen zorgplicht zoals bij vergunde kansspelautomaten. Wil je zelf weten wat je moet weten voordat je aan een speelautomaat begint, dan is dat verschil in toezicht precies waarom een vergunde automaat in een casino een heel andere categorie is dan een muntenschuiver op de kermis.

Wat dit betekent als je zelf weleens gokt

Voor wie zelf af en toe op een gokkast speelt, is dit meer dan een verhaal over kinderen op de kermis: het verschil tussen een vergunde en een onvergunde markt wordt hier haarscherp zichtbaar. In de vergunde sector is het toezicht juist strenger geworden: we schreven eerder al over hoe de Ksa tijdens grote sportevenementen scherper controleert op reclame en leeftijdsverificatie, en over de manier waarop de uitbetalingspercentages van online gokkasten dit jaar zijn gedaald. Die cijfers zijn vervelend voor de speler, maar ze bestaan wel omdat de sector verplicht is ze bij te houden en te rapporteren.

Bij een kermisautomaat ontbreekt die verplichting volledig. Niemand controleert de uitbetaling, niemand checkt een leeftijd, en niemand grijpt in als een kind een uur lang muntjes in een schuifautomaat blijft gooien. Zolang de wetgever die uitzondering van zestig jaar oud niet aanpast, blijft dat zo, en blijft de kermis de plek waar de jongste Nederlanders zonder dat iemand het een kansspel noemt, voor het eerst kennismaken met precies dat.

E
Geschreven door Eva Scholten Casino & Gedragsredacteur

Eva is een van de weinige vrouwelijke stemmen in de Nederlandse gokwereld en dat is precies waarom ze begon met schrijven. Ze vond de meeste casinocontent saai, technisch en uitsluitend gericht op mannen, terwijl er een veel breder publiek is dat gewoon wil weten hoe dingen werken. Haar artikelen zijn helder, toegankelijk en altijd met aandacht voor verantwoord spelen. Naast schrijven doet ze onderzoek naar gokgedrag en de impact van gamification op spelers.